Lastenboek Belplume

1. Productievoorwaarden

De krachtlijnen waarrond de Belplume-lastenboeken zijn uitgewerkt, zijn:

  • het produceren van veilig kippenvlees en veilige eieren;
  • het waarborgen van degelijke productiemethodes en -omstandigheden;
  • de zorg voor de gezondheid en het welzijn van de dieren;
  • het verzekeren van transparantie en traceerbaarheid via het uitwisselen en terugkoppelen van gegevens.
Voornoemde algemene principes worden geconcretiseerd in praktische regels en voorschriften die direct verband houden met de bedrijfsvoering: het geheel van deze bepalingen wordt aangeduid met de term “de erkenningsvoorwaarden van het lastenboek”. De interpretatie en/of praktische toepassing van deze erkenningsvoorwaarden vraagt veelal verder verduidelijking van een zeer specifiek thema: dat is opgenomen in bijlagen bij de erkenningsvoorwaarden.
Verder zijn de erkenningsvoorwaarden verschillend al naargelang het type bedrijfsactiviteit binnen de braadkippen- en de legkippenkolom: er zijn thans vijf hoofdstukken weerhouden nl. erkenningsvoorwaarden voor reproductiebedrijven (voor braadkippen en voor legkippen), broeierijen, braadkippenbedrijven, slachthuizen en transport van levend pluimvee.

Bij wijze van illustratie worden enkele kenmerkende voorschriften uit de erkenningsvoorwaarden voor kippenbedrijven opgesomd:

  • goed uitgeruste hygiënesluis met bedrijfseigen kleding en –schoeisel;
  • gecontroleerde toegang tot het bedrijf aan de hand van bezoekersregister en op slot houden van de bedrijfsgebouwen;
  • aparte opslag van voeder met wachttijd;
  • insleep van dierziekten vermijden door vogeldichte gebouwen, nette vrachtwagens, gebruik van bedrijfseigen kleding en schoeisel;
  • correcte en gedocumenteerde bedrijfsadministratie;
  • gekoelde krengenopslag;
  • doeltreffende ongediertebestrijding.

Deze opsomming is slechts een greep uit de aan de bedrijven opgelegde voorwaarden: voor een gedetailleerd overzicht dient het lastenboek te worden geraadpleegd.
Elke deelnemer verbindt zich er toe de algemene voorwaarden, de erkenningsvoorwaarden en de bijhorende bijlagen aangaande zijn specifieke activiteit correct na te leven en steeds te handelen in de geest van het Belplume-lastenboek.

De deelnemers aan het Belplume-programma krijgen een compleet lastenboek gratis bezorgd. Andere geïnteresseerden kunnen het lastenboek op aanvraag bekomen. Een lastenboek kost 60 euro.

2. Zoönosen: preventie en monitoring

Voedselveiligheid vanuit de invalshoek “zoönose” is een speerpunt in de productie van kippenvlees en eieren en bijgevolg een aspect in het Belplume-programma waaraan uitermate veel aandacht en belang wordt gehecht.
Om insleep, verspreiding en/of in stand houden van kiemen op een bedrijf te voorkomen, worden een uitgebreide reeks preventiemaatregelen opgelegd.

Voor wat betreft de broeierijen worden alle hygiënevoorzorgsmaatregelen gebundeld in een globaal plan voor Goede Hygiëne Praktijken (GHP). Hierin beschrijft elke broeierij op een systematische wijze alle voorwaarden en voorschriften die gesteld worden aan de inrichting, aan de werking, aan het personeel en de bezoekers teneinde insleep en kruisbesmetting van Salmonella of andere ziekte­verwekkers maximaal te vermijden. Het lastenboek van de broeierijen geeft aan welke aspecten minimaal dienen opgenomen te worden in het GHP-plan en deze hebben betrekking op zowel de inrichting, het reinigen en ontsmetten, als de diverse handelingen in de broeierij.

Volledig in overeenstemming met de Belgische en Europese wetgeving, bevat het lastenboek voor de braadkippenslachthuizen en de uitsnijderijen als rode draad doorheen alle eisen de implementatie van HACCP-beginselen in de bedrijfsvoering. Dat betekent dat de slachthuizen en uitsnijderijen in de ruimste zin alle aspecten van voedselveiligheid dienen te beheersen aan de hand van zeer intensieve controle, registratie en waar nodig verbeteracties. Dat geldt zowel voor de binnenkomende grondstoffen als voor de eigen bewerkingsprocessen.

Naast de preventie, bevat het Belplume-lastenboek tevens een zeer progressieve Salmonella-monitoring:

  • per schakel is een ingangs- en uitgangscontrole op Salmonella verplicht;
  • als het laboresultaat wijst op aanwezigheid van Salmonella, dan dient een traceringsonderzoek uitgevoerd te worden. Het resultaat van het traceringsonderzoek wordt doorgegeven aan Belplume vzw die zal instaan voor de verwerking en de analyse van deze gegevens met het oog op verder optimaliseren van de zoönose-aanpak;
  • aan broeierijen en slachthuizen wordt bovendien een uitvoerige systeem- en procescontrole naar de Salmonella-status opgelegd.
De vereiste monsterneming alsook de frequentie van voornoemde controles is precies beschreven in de diverse deellastenboeken. Alle controles betreffen laboratoriumanalysen naar de afwezigheid van Salmonella, waarop in voorgeschreven gevallen bijkomend een serotypering wordt uitgevoerd.

Met voornoemde maatregelen rond de Salmonella-monitoring en -preventie wordt een groeiend bewustzijn rond deze problematiek in de ganse productiekolom beoogd. Bovendien draagt het verder bij tot een solide basis voor een eventuele Salmonella-bestrijdingstrategie van de overheid.

3. Garanties toeleverende en dienstverlenende bedrijven

Niet alleen de productiebedrijven, ook alle toeleveranciers moeten volgens welbepaalde, algemeen aanvaarde kwaliteitsstandaarden werken. Dat betekent concreet dat in het Belplume-lastenboek naar volgende complementaire systemen wordt verwezen:
FCA – Feed Chain Alliance: 
pluimveevoeders kunnen alleen betrokken worden van leveranciers die gecertificeerd zijn in het kader van de FCA-regeling.

GVP – Goede Veterinaire Praktijken: 
bedrijfsdierenartsen moeten gecertificeerd zijn volgens de gids voor Goede Veterinaire Praktijkuitoefening of een evenwaardige regeling.

GSP – Goede Service Praktijken: 
indien beroep gedaan wordt op derden die beroepsmatig bepaalde diensten uitvoeren zoals enten van pluimvee, vangen en laden, ontsmetten en reinigen van hokken en bestrijden van ongedierte komen hiervoor uitsluitend bedrijven/bedrijfseenheden in aanmerking, die gecertificeerd zijn in het kader van de regeling GSP-Pluimvee.
4. Traceerbaarheid 

In het lastenboek zijn voorwaarden opgenomen betreffende het bewaren en uitwisselen van data waardoor inzicht wordt verworven in de historiek en de status van elk lot pluimvee. Hiermee wordt enerzijds transparantie door de keten nagestreefd en anderzijds doorstroming van alle relevante voedselketeninformatie.

Tevens wordt voorzien in een uniek traceringsysteem doorheen de ganse productiekolom van braadkippenvlees: m.a.w. vanaf de opzet van ééndagskuikens-moederdieren tot en met de slachtrijpe braadkip. 
Het concept steunt op de combinatie van de identificatie van het bedrijf en anderzijds unieke identificatie van een lot pluimvee aan de hand van een zogenaamd uniek lotnummer. Het toekennen van het uniek lotnummer en het zorgvuldig bewaren van de daaraan gekoppelde historiek van keteninformatie gebeurt door een beperkt aantal daartoe erkende satellieten. Ook op de werking van de satellieten is onafhankelijke controle ingebouwd.
  • Beeldmateriaal is eigendom van VLAM vzw